Koken met een Nederlander

Acht handige tips voor Belgen die met een Nederlander aan hun zijde wensen te kokerellen en tafelen, oftewel acht vuistregels voor diegenen die er een voorspoedige bereiding en een eetbare maaltijd aan over wensen te houden.


Tip 1: Spreek alle terminologie door

Alvorens te beginnen, spreek de voornaamste keukentermen door. Spraakverwarring tijdens handelingen met kokendheet water voorspelt met bijna wiskundige zekerheid een faliekant foute afloop. 
Als u uw kookbuddy tijdens een of ander kookmanoeuvre een pan vraagt aan te reiken, kan het gebeuren dat hij met een pot komt aandraven. Nederlanders noemen potten ook pannen, en pannen noemen ze dan weer koekenpannen. Wenst u een klopper, dan is er veel kans dat er niets gebeurt. Met het woord garde heeft u wellicht meer succes.
Wanneer uw kookgezel het heeft over 'obeijnmeuwie', dan bedoelt hij dat hij iets in een kommetje in een pan (dus pot) met heet water gaat loslaten (au bain marie). Franse termen liggen doorgaans nogal moeilijk in de mond.

1schermafbeelding_2011-05-18_om
Tip 2: Maak een schets van uw bereiding

Ga er niet van uit dat uw Nederlandse kompaan eenzelfde voorstelling als u bij ingrediënten en bereidingen heeft. Een korte schets ondervangt verbijstering tijdens latere fases. Wanneer u patatjes bij uw maaltijd wil, voorkomt een visuele weergave van uw patatjes dat uw Nederlandse kookpartner de aardappelen in langwerpige stukken snijdt en met de frituurpan aan komt lopen.
Indien het u aan tekentalent ontbreekt, doet een woordenboek het ook altijd goed. Een karbonade is een kotelet, taugé zijn sojascheuten, kwark is verse kaas, poedersuiker is bloemsuiker, kippenragout is vol-au-vent, vla is vloeibare pudding, grapefruit is pompelmoes, meel is bloem, ham is hesp, bosuitjes zijn pijpajuintjes, filet américain is préparé, jam is confituur, cranberry's zijn veenbessen en tosti's zijn croque monsieurs. Verder hebben een aantal gerechten geen synoniem maar een andere ongedefinieerde verschijningsvorm, zoals bloedworst en stoverij. In dat zeldzame geval is een heroverweging van het gerecht een verstandige zaak.


2schermafbeelding_2011-05-18_om
Tip 3: Weeg zelf de ingrediënten af

Nederlanders zijn geduchte afmeters. Tot in de milliprecisie kunnen ze uitmikken wat de benodigde dosering is. En net dàt is een probleem. Afgemeten proporties staan zo ongezellig en ongastvrij. Geschraap op de bodem van de pan (ja pot) is te voorkomen door zelf de ingrediënten af te wegen. Vermenigvuldig daarom alle hoeveelheden met anderhalf. Schud zonder enig schuldgevoel de hèle zak ingrediënten uit. Graai vorstelijk in de koelkast. Dump exuberant veel bouillon en giet zondig veel wijn in het gerecht. Wees gul bij het toevoegen van lekkernijen. Meng royaal veel kruiden in het geheel en lanceer kwistig nog wat zelf verzonnen extraatjes in de pan (pot). 
Zo, de basis voor een copieus maal is gelegd.

3schermafbeelding_2011-05-18_om
Tip 4: Pas op voor alle vormen van room

Wees uiterst voorzichtig met room, slagroom, crème fraîche of afgeleiden. Dit is geen verdoken afslankboodschap, maar een preventieve veiligheidsmaatregel. Immers, wat slagroom en consoorten in België is, is het niet in Nederland. Schrik niet als uw Nederlandse kookvriend een bekertje slagroom of wat crème fraîche door uw eenpansgerecht wil mengen. Het is niet wat u denkt dat het is.
Door mijn onophoudelijke overmoed het interculturele room-mysterie te kunnen overmeesteren, hebben talloze bereidingen het hier niet gehaald. Af en toe hebben enkele hartige bereidingen onverhoopt een schadelijk hoge zuurtegraad of smaken mijn gerechten met room alsof er per abuis een zuiveltank in geloosd is. Het vergelijkend room-waren-onderzoek is nog in progress. 

4schermafbeelding_2011-05-18_om
Tip 5: Wees selectief met extraatjes en garnering 

Vertrouw uw primair smaakpapillen-instinct. Zeg kordaat nee tegen verdachte toevoegingen, zoals zijnde gedroogde vruchten in zuurkool; aardbeiensaus bij biefstuk; of ei met banaan, brie en stroop. Het is mij allemaal overkomen. Het slikt ongekend moeizaam weg.

De drie belangrijkste Nederlandse bedreigers van een goed maal zijn: kaneel, rozijnen en satésaus. 
1. Een vierde van de gerechten bevat hier kaneel. In zoete gerechten ligt dat voor de hand, maar bij hartige bereidingen wordt het geheel er aanzienlijk minder appetijtelijk door. Enkele gerechten van de website van Albert Heijn: Pasta met kaas, spinazie en kaneel. Kipkluifjes (VL: kippenbilletjes) met kaneel. Zuurkool met kaneel. Garnalen met kaneel. Verder gaat kaneel ook nog in uiensoep, op varkenshaas en in pompoensoep. Kortom, kaneel gaat met alles.

2. Ook rozijnen en krenten vormen een potentiële bedreiging voor uw hartig gerecht. Voor u het goed en wel beseft draaien Nederlandse kookgezellen rozijnen in uw aardappelpuree, gehaktbereiding, salades of in al deze onderdelen tegelijkertijd. Ook rozijnen worden beschouwd als een universele toevoeging in de Nederlandse keuken.

3. De onovertroffen maaltijdbederver is pindasaus ofwel satésaus. Pindakaas op de boterham gaat er goed in, satésaus op hartige gerechten daarentegen is nauwelijks weg te werken. Deze smaakverpester bij uitstek wordt in elk eetcafé geserveerd, meestal over een brochette (NL: saté). Een gerecht met satésaus ziet er uit alsof de ober zich bij het serveren plotseling onwel voelde. Door de dikte en sterkte van de saus vindt en proeft u niets meer van uw gerecht terug. 

5schermafbeelding_2011-05-18_om
Tip 6: Bescherm uw bereiding voor de truc met de vork

Het gerecht is bereid. Nederlanders hebben de neiging er alsnog een typisch Hollandse finishing touch aan toe te voegen. Indien een vork of stamper in hun reikwijdte ligt, voelen Nederlanders de onweerstaanbare drang alles te pletten, stampen of prakken. Het verschil tussen de drie werkwoorden ligt waarschijnlijk bij de gehanteerde tool. Het resultaat is echter telkens hetzelfde: alsof er een auto over uw bord of schotel gereden heeft. Wel handig als u ook voor de allerkleinsten wenst te koken.

6schermafbeelding_2011-05-18_om
Tip 7: Vergeet de melk niet

Wanneer u aan tafel gaat, vergeet de melk niet. Een uitstervend, maar nog steeds groot segment van de Nederlandse bevolking drinkt een glas koude melk bij een warme maaltijd. Zuivel bij hartige maaltijden is hier een normaal verschijnsel.

7schermafbeelding_2011-05-18_om
Tip 8: Voorzie altijd iets toe

Na het hoofdgerecht zult u een pauze inlassen om rustig na te genieten van alle smaken die uw mond betoverden. Nederlanders doen dat in mindere mate. Indien u geen aanstalten maakt voor een volgende gang, verraadt hun onthutsende verwarring hun diep verlangen naar iets zoets. Zelfs na de meest eenvoudige maaltijd eet de doorsnee Nederlander nog iets toe. Dat kan een kwak yoghurt of een klodder vla (VL: zeer vloeibare pudding) zijn, of het samenvoegen van de twee, opgevrolijkt door wat rozijntjes (cfr. tip 5). Maar een meer bijzonder toetje kan altijd rekenen op groot enthousiasme. Het is voor hen immers het hoogtepunt van de maaltijd. 

Nederlanders zijn de hartelijkste en welwillendste mensen op de aardbol om iets nieuws mee uit te proberen. Het kriebelt in hun lijf om te ondernemen, om nieuwe dingen te verkennen en ongeveer alles vinden ze hartstikke leuk. Mits in acht nemen van bovenstaande vuistregels bij het co-koken zult ook u zo kunnen besluiten.

Veel succes!

Foefelen

We wisten het niet van elkaar. Pas na ons huwelijk kwam het aan het licht. Mijn vrouw is een goeie burger: ze werkt, betaalt belastingen, rijdt niet te hard, en als dat laatste per ongeluk toch gebeurt, betaalt ze netjes de boetes. Ik daarentegen ben ook wel een goeie burger, maar dan wel naar Belgische maatstaven. 

Bij het invullen van de belastingen werd het verschil daarin voor het eerst duidelijk. Ze schrok toen ik haar zei dat ik de eindejaarspremie van mijn baan in België niet wou aangeven aan de belastingen, wegens oeverloos gedoe door grensarbeid. Stilte. Ze keek me ongelovig aan. Maar ik ging verder dat het me zo handig leek die premie achterwege te laten. Zo hoefde ik geen 2 jaar mijn belastingen via twee landen aan te geven met alle complexiteit van dien, maar zo zou ik slechts 1 jaar fiscaal gedoe kennen. "Dit meen je niet, zoiets doe je niet" klonk het. "Ja, natuurlijk, waarom niet?" Ik begreep haar niet, die eindejaarspremie maakte het onnodig en verregaand moeilijk en het ging over een zeer klein bedrag. Wat voor mij pure logica was, was voor haar regelrechte ontduiking. 
Belgen vinden het de normaalste zaak om te foefelen, creatief te zijn bij betalingsverplichtingen ten aanzien van de overheid. De Belgische overheid kent de problematiek: zwartwerk is er schering en inslag, belastingontduiking overkomt elke burger wel eens en boetes worden vaak niet betaald in de hoop dat de overheid er van af ziet. Voor sommige zaken heeft de overheid een eigen oplossing bedacht. Kijk maar naar deze korte reportage van de Nederlandse correspondent Paul Sneijder over België, het land waar je legaal de belasting kunt ontduiken.

Ook bij verkeersovertredingen lijkt het alsof de overheid er van uit gaat dat je niet standaard betaalt. Er wordt je gevraagd allerhande zaken in te brengen om aan een verkeersboete te ontsnappen, alvorens je een betaling op te leggen. Als je in België te snel gereden hebt, krijg je geen betalingsformulier toegestuurd, zoals in Nederland. Je krijgt wel een vragenlijst waarin je gevraagd wordt naar omstandigheden die in je voordeel zouden kunnen pleiten bij deze verkeersovertreding. Tot slot of je akkoord gaat met een 'onmiddellijke inning', een boete dus. Enige tijd later pas, krijg je deze, na je toestemming.
Mijn vrouw werd een half jaar geleden geflitst door een vallende ster nabij de Liefkenshoektunnel. Kreeg ze zo'n vragenlijst en vage brief (zie onderaan de post): ze vroegen of de auto haar eigendom was, of ze op het ogenblik van de inbreuk voor rekening van een derde reed, of ze erkende dat ze de inbreuk had gedaan, of ze het bedrag van de onmiddellijke inning aanvaardde, of ze van oordeel is dat er bepaalde factoren in haar voordeel pleitten, en in welke taal ze zich in het gerecht wenste uit te drukken. 
"Wat is dit?" vroeg ze niet begrijpend. 
"Een boete" zei ik. 
"Waar staat dat?" vroeg ze verbouwereerd.
"Dat staat ... nee, dat staat er niet in die bewoording op, maar dat kan je er wel uit afleiden."
"Hoeveel moet ik betalen?" ging ze weer. 
"Nee, eerst moet je dit invullen en opsturen. Pas een tijd later verneem je hoeveel je moet betalen,  dat staat er nu nog niet bij." 
Tot op heden hebben we er niets meer van gehoord, wellicht geseponeerd. Lang leve de bureaucratie?! Lang leve België?!

Twee weken later kregen we een Nederlandse boete (zie onderaan de post): moesten we gelijk betalen, geen vraagjes, niets. Enkel in grijze lettertjes op de achterkant hoe je bezwaar kan aantekenen. Koele mensen, die noorderlingen, maar ze weten echt wel van aanpakken!

Hieronder de boete uit België: de vragenlijst en de brief.
(download)

Hieronder de boete uit Nederland: de brief: voor- en achterkant. 
(download)

Dichter op de weg

Meteor
Vandaag via de ring van Antwerpen naar hartje Brussel gereden. Lekker in de ochtendspits. De radio aangezet voor verkeersinformatie. En goh ... wat was dàt lang geleden dat ik het volgende gehoord had:

"Op de E19 richting Antwerpen is er een accordeonfile van Sint-Job-in-'t-Goor tot Kleine Bareel. En let op, want er zijn vallende sterren gesignaleerd op de E40 ter hoogte van afrit Aalter."

Heerlijk, die poëtische verkeersinformatie!

Een accordeonfile is een file waarbij er over een lange afstand een afwisseling van file en doorrijdend verkeer is.
Vallende sterren zijn in deze context flitsers.

Spreekt deze Vlaam Nederlands?

Schermafbeelding_2011-06-18_om_13u53u13
België heeft vandaag precies 1 jaar geen federale regering. En dat heb ik geweten. Menig Nederlander sprak me er het afgelopen jaar over aan. Meestal vallen deze gesprekken nogal tegen. De essentie en complexiteit ontgaat hen geheel. Niet verwonderlijk als je merkt hoe bedroevend het gesteld is met de kennis van de gemiddelde Nederlander over België.

Zo leerde ik van mijn Nederlandse medemens dat de drie autochtone bevolkingsgroepen in België "Vlamen", "Walonen" en "Duitsers" heten, en dat ze respectievelijk het "Vlaams", "Waals" en Duits spreken. Er zijn ook enkele mondige exemplaren die menen dat ik de naam van mijn moedertaal niet weet, want dat enkel zij en de inwoners van hun voormalige kolonies het Nederlands spreken. Ik klaarblijkelijk niet. 

Je zou denken dat je dit eenvoudig uitgelegd krijgt, maar aan het dichten van dit gat in de basiskennis van een hardnekkig overtuigde Nederlander heb je nog een hele kluif. Op een of andere manier is het aan een bepaald deel van de Nederlandse bevolking compleet ontgaan dat men ook in het noorden van België Nederlands spreekt, ook al klinkt die variant iets anders. Je hoort wel eens dat Vlamingen hier niet aan een (inburgerings)toets Nederlands kunnen ontsnappen, terwijl het om hun moedertaal gaat. Een ander, kleiner deel van de Nederlanders is er heilig van overtuigd dat Belgen volledig twee- of zelfs drietalig opgevoed zijn. Ook onjuist, maar wel een sympathieker misverstand. Informatieverschaffing door onderwijs en media zou hier toch de ergste onwetendheid kunnen ondervangen.

Bij sollicitaties spelen deze gaten in hun kennis me nogal parten. Volgens enkele schoolbesturen kan ik hier niet als docent aan de slag. Op mijn diploma staat “Nederlands”, maar ik blijk het bij sollicitatiegesprekken niet te spreken. Het gebeurt dat ze tijdens zo'n gesprek vragen of ik ook eens iets in het Nederlands kan zeggen. Tot op heden vond ik geen adequaat antwoord op zoveel trieste onwetendheid. Toch werd ik vorig jaar aangenomen. Mij bleef deze ergerlijke vraag gespaard en voor zover ik het in de gaten heb, denken ze ook niet dat ik van thuis uit drietalig ben.

De kennis over België reikt bij de gemiddelde Nederlander helaas niet veel verder dan het oprakelen van gênante episodes van 'De Pfaffs'. Het zien van mijn Belgisch paspoort was voor het KLM-personeel op Schiphol voldoende om van de weeromstuit enkele Pfaffs te imiteren. Het idee dat 'Oh oh Cherso' en 'Oh oh Tirol' nu op de Vlaamse buis losgelaten worden, stemt me dan weer helemaal blij. Ik verkneukel me over zoveel gerechtigheid.

Vlaanderen was in het verleden duidelijk meer op Nederland gericht dan omgekeerd het geval was. Zo ben ik opgevoed met een stevige portie van Nederlands klassiekers: Sesamstraat, Bassie en Adriaan, Medisch Centrum West, Carry Tefsen als de assistente van dokter van der Ploeoeoeoeg, Hella Haasse, Gerard Reve en helaas ook André Hazes en Frans Bauer. De Nederlandse ukkepukkies worden inmiddels meer dan hun ouders aan Vlaamse invloeden blootgesteld: steeds meer zie ik ze uitgerust met Plop-koeken en K3-boekentasjes naar school trekken. Maar of dat 'mamasé mamasa mama sakka mumba' en 'plopperdeplop' echt bijdragen tot het besef dat we dezelfde taal spreken is nog maar de vraag.

Recht door zee

Niets houdt de mondige Nederlanders tegen. Immer recht door zee. En ook letterlijk. 

De korste weg naar onze bestemming eindigde deze week aan de Rijn. En die staken we voor een prikkie over. Terwijl België zijn wegen niet eens in fatsoenlijke staat heeft, varen Nederlanders over tal van wateren alsof het niets is.

Zo creëer je een land waar het eeuwig vakantie lijkt: met fietspaden en veerpontjes.

(download)

Ik hou van dit land.
Als ik ooit uitwijk, neem ik het mee.

Pannenkoeken

Drie jaar geleden bakte ik voor het eerst met huisgenote D. pannenkoeken. Na twee geslaagde exemplaren strooide ze plots geraspte kaas uit in de pannenkoek in wording. Daarna zag ik haar grijpen naar tomaten ... spekblokjes ... champignons. Stop!!! Wat is hier aan de hand?

Nederlanders houden ook van hartige pannenkoeken, in tal van varianten, terwijl Belgen de traditie hebben voornamelijk zoete pannenkoeken te eten.

Maar vandaag, na een bezoekje aan een pannenkoekenrestaurant, ontdekte ik het summum van de hartige pannenkoek: de 'pannenkoek met ragout' (VL: vol au vent).

Pannenkoek_met_volauvent

Volgens huisgenote D. "Héééérlijk!"

Mijn maag keert.

Corridor

Woensdag kwam Maingain (FDF) weer op de proppen met de "corridor", een stuk land dat Vlaanderen zou afstaan opdat Wallonië ook territoriaal verbonden wordt met Brussel. Hier Paul Sneijder die een poging doet om deze complexe materie over te brengen aan de Nederlanders.

Een bospad om geïsoleerde vrienden een mandje lekkers te brengen. Zo behapbaar kan verslaggeving dus zijn.

Nederfrans

Harry_couverts

Het Frans van sommige Nederlanders is af en toe hilarisch. Bij de groentenboer zag ik sperziebonen te koop als 'harry couverts'. In tal van eettenten kan je 'championsoep' bestellen. En de beenhouwer verkoopt zelfs 'gordon bleu' en entrecôte, waar dat laatste als antrekoow uitgesproken wordt.

Het is bar. En hilarisch.